‘Vorm, beeld en identiteit’ .
Op de jaarvergadering van de Vereniging van Vrienden van het NIA heb ik een lezing gehouden over mijn doctoraalonderzoek, dat ik dankzij de beurs van de vrienden af heb kunnen maken in de zomer van 2011 (ik ben er 20 januari 2012 in Gent op gepromoveerd). Onder de titel ‘Shape, Image and Society’ heb ik geprobeerd de afbeeldingen op lekythen, olieflessen gemaakt in Athene tussen 600 en 350 voor Christus, te interpreteren. In de loop van deze jaren veranderen de afbeeldingen op deze elegante vorm, die vooral in graven gevonden wordt. Ook bleek dat verschillende werkplaatsen voor verschillende markten werkten: van sommige schilders is bijna alles geëxporteerd, vooral naar Sicilië, terwijl van andere werkplaatsen de producten veel in Athene zelf bleven.
Dit leidde tot belangrijke algemene vragen: is het de maker die de betekenis geeft aan een afbeelding, of de gebruiker? Als een vaas met een bepaald thema vooral geëxporteerd is, zegt zo’n afbeelding dan wel wat over de Atheense cultuur? In mijn onderzoek ben ik ervan uitgegaan dat het gebruik van een afbeelding belangrijk is voor de interpretatie, en dat eenzelfde beeld in een verschillende tijd of bij verschillend gebruik iets anders kan betekenen.
De veranderingen die de afbeeldingen in de loop van de tijd ondergaan zijn soms een aanwijzing van een sociale of culturele ontwikkeling, soms lijkt het een behoefte van een exportmarkt, soms is het een andere nadruk of invalshoek maar eenzelfde ‘boodschap’. Verschillen tussen Athene en het ommeland Attika in verschillende perioden wijzen op een interessant verschil: in Athene lijkt burgerschap centraal te staan en zijn de afbeeldingen generiek, in Attika geven ze individuele kwaliteiten weer. Met name in de periode 550-520 voor Christus, de tijd van de tirannie van Peisistratos en zijn zonen, is dit verschil duidelijk. Zo kreeg ik een verrassende blik op een mentaliteitsverschil in een cruciale episode in de geschiedenis van Athene.