‘De Eretria-schat en de vroege geschiedenis van geld in het oostelijk Mediterrane gebied’.
In 1980 treffen Griekse archeologen in Eretria een pot aan uit de late 8e eeuw v.Chr. (Laat Geometrisch), gevuld met stukken goud. De verantwoordelijke archeoloog interpreteert de schat als de voorraad van een goudsmid. Echter, in recente jaren wordt de schat voorzichtig in een ander licht bezien: misschien zou het edelmetaal dienst hebben gedaan als transactiemiddel, als een vroege vorm van geld.
De eerste munten in de wereldgeschiedenis worden geslagen in de late 7e eeuw v. Chr. in Lydië, maar het idee van muntgeld verspreidt zich razendsnel: zo snel dat we wel moeten aannemen dat het gebruik van geld al langer gangbaar was en dat geld dus niet per se muntgeld hoeft te zijn. Gek genoeg weten we maar weinig over geldgebruik voor de introductie van de munt. We weten niet hoe het eruit zag, of hoe het werd gebruikt; en we hebben eigenlijk geen idee hoe de opkomst van geld de samenleving veranderde, of hoe veranderingen in de samenleving aanleiding vormden voor toenemend geldgebruik.
De Eretria-schat biedt ons een zeldzaam aanknopingspunt om dergelijke bredere vragen te lijf te gaan. Op basis van een gedetailleerde studie van de schat en de vergelijking met edelmetaal-schatten uit de Levant, probeer ik uit te zoeken wat deze schat ons kan vertellen over de vroege geschiedenis van het geld.